Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten op onze economische evolutie. Ere-voorzitter van de Nationale Arbeidsraad (NAR) Paul Windey zoomt in op het tijdskrediet.

Tekst

Nieuw concept in Belgisch arbeidsrecht

Loopbaanonderbreking is een relatief nieuw concept in het Belgisch arbeidsrecht. De eerste wetgeving die individuele werknemers toeliet om hun loopbaan tijdelijk on hold te zetten, dateert van 1985. Toenmalig federaal minister van Arbeid Michel Hansenne introduceerde het eerste systeem van loopbaanonderbreking in zijn sociale herstelwet van januari 1985.

Voor Michel Hansenne ging het in de eerste plaats over een maatregel van arbeidsherverdeling, zegt Paul Windey. Het waren economische crisisjaren en met de invoering van loopbaanonderbreking wilde Hansenne bijkomende arbeidscreatie bereiken. De werknemer die besliste in loopbaanonderbreking te gaan moest door zijn werkgever voor die periode vervangen worden. 

De eerste regelgeving voerde twee vormen van loopbaanonderbreking in. Bij een volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst kon de werknemer voor maximaal één jaar zijn loopbaan onderbreken. Bij een halftijdse schorsing van het arbeidscontract kon de loopbaanonderbreking tot maximaal vijf jaar oplopen. Het systeem was aan voorwaarden gekoppeld. De RVA werd belast met de uitbetaling van een onderbrekingsuitkering ter compensatie van het loonverlies. 

De vervangingsplicht was niet naar de zin van de werkgeversfederaties. Ze gaven het wetgevend initiatief van minister Hansenne een negatief advies in de NAR. Eerder hadden de werkgevers zich ook al weigerachtig getoond over een wetsvoorstel van toenmalig kamerlid Miet Smet om loopbaanonderbreking in te voeren als formule voor een betere combinatie van arbeid en privéleven, van professionele taken en gezinstaken. Voor Miet Smet werd loopbaanonderbreking op die manier ook een hefboom om de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Pas in het begin van de jaren negentig zou de combinatie van arbeid en gezin een volwaardig thema in het sociaal overleg worden. 

Items
Afbeelding
Baby in een tuin
Beschrijving
© Jordan Rowland, Unsplash
Type
As List
Tekst

Keerpunt

Geleidelijk groeide de maatschappelijke consensus over de waarde van het systeem. Sociale akkoorden en bijkomende wetgeving leidden tot een verruiming van de formules. In Vlaanderen zorgden de witte woede-acties in de non-profitsector voor de uitbouw van deeltijdse eindeloopbaanregelingen voor oudere werknemers, de zogenaamde landingsbanen.

Een belangrijke mijlpaal was de invoering van het ouderschapsverlof door een akkoord tussen de sociale partners op Europees niveau in 1995. België integreerde de maatregel in het bestaande stelsel van loopbaanonderbreking. 


De expansie was breed. Zo werden in 1991 meerdere types van deeltijdse loopbaanonderbreking ingevoerd – 1/3 en 1/5 bijvoorbeeld – en zagen thematische verloven het licht zoals ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatieve zorgen. Vanaf 1994 konden Vlaamse werknemers boven op de federale RVA-uitkering, aanspraak maken op een extra aanmoedigingspremie van de Vlaamse overheid.

Items
Afbeelding
Paul Windey
Type
As List
Quote

Loopbaanonderbreking: van de creatie van jobs, naar de verzoening van gezin en arbeid

Auteur
PAUL WINDEY, ERE-VOORZITTER VAN DE NATIONALE ARBEIDSRAAD (NAR)
Tekst

Tegelijkertijd vonden de werkgeversfederaties gehoor voor hun standpunt dat een onbeperkt recht op loopbaanonderbreking de vlotte werkorganisatie in de bedrijven zou verstoren. De vakbonden gingen in 1993 in cao 56 van de NAR akkoord met een beperkt recht op loopbaanonderbreking, met name voor 1% van het gemiddeld aantal werknemers in een onderneming. Later werd dat 3%.

In 2002 voerde cao 77 een grondige make-over door, waarbij het stelsel in de privésector werd omgevormd tot tijdskrediet. In die jaren steeg het aantal gebruikers explosief tot boven 250.000.

De grenzen waren bereikt. In 2010 maakten de sociale partners in een NAR-rapport komaf met een wildgroei aan politieke voorstellen, zoals ouderschapsverlof voor grootouders. Het rapport vertrok van gezond verstand: vooraleer nieuwe formules voor nieuwe doelgroepen in te voeren, dient eerst gekeken naar wat er allemaal al bestaat, wie ze betaalt, hoeveel ze kosten en of een uitbreiding organisatorisch nog haalbaar is voor de bedrijven. 

Nog belangrijker voor de bedrijven: in 2010 werd de vervangingsplicht – die dateerde van de ontstaansfase, 1985 – afgeschaft. Loopbaanonderbreking of tijdskrediet waren toen al lang geen werkgelegenheidmaatregelen meer. Aanvankelijk ging het om jobcreatie, vandaag gaat het om het verzoenen van werk en gezin en om het werkbaar houden van werk voor wie langer werkt. 

0