Monica De Coninck kon in 2013 eindelijk een begin maken met de afschaffing van het discriminerend onderscheid tussen arbeiders en bedienden. Maar het werk is nog lang niet voltooid. Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten op onze economische evolutie. Voormalig minister van Werk Monica De Coninck zoomt in op het statuut arbeiders/bedienden.

Tekst

Breuk met het verleden, maar geen glorieus dossier

Ik moest in mijn politieke loopbaan drie grote ‘disruptiedossiers’ klaren. Één: de sanering van het OCMW-Antwerpen, incluis de vorming van het ziekenhuisnetwerk ZNA en het Zorgbedrijf. Twee: de activering van leefloners onder het toen revolutionaire motto ‘voor wat, hoort wat’. Drie: het statuut arbeiders/bedienden. Het eerste als OCMW-voorzitter van Antwerpen, de twee volgende als federaal minister van Werk.

Wat het statuut arbeiders/bedienden betrof, was de algemene teneur: de sociale partners moeten het maar zelf oplossen. Ik heb het wél opgepakt. Is het akkoord dat we bereikten een breuk met het verleden? Voor de Belgische arbeidsverhoudingen wel. Maar heel eerlijk: het is geen glorieus dossier. Het is achter de geschiedenis aanlopen en dan nog maar met half werk.
 

Items
Afbeelding
Werknemer spreekt met arbeider
Type
As List
Tekst

Bijna alle landen lieten de statuutverschillen tussen arbeiders en bedienden verdwijnen. Wij niet. Het erge eraan is dat we zo jobs degraderen die we absoluut nodig hebben en die een aantal mensen met veel genoegen zouden invullen. Geen ouder stuurt zijn kind naar een opleiding die leidt naar jobs met een lage status.
 
Het verschil in statuut was discriminatie geworden omdat de verantwoording van het verschil weg was. Een bediende wordt geacht met zijn hoofd  te werken; een arbeider wordt geacht met zijn handen te werken. Welnu: er bestaat vandaag geen job meer die geen hoofdwerk vergt. De arbeider die mijn wasmachine komt herstellen draagt een pak, stelt vragen, koppelt zijn computer aan de machine, maakt de diagnose en komt later het juiste onderdeel vervangen. Ik zie geen handenarbeid.
 

Quote

De sociale partners lieten het verleden primeren

Auteur
MONICA DE CONINCK, VOORMALIG MINISTER VAN WERK
Tekst

Het Grondwettelijk Hof zei in 1993: de regering en de sociale partners moeten dat oplossen. Er zijn momenten geweest – o.a. in 2005 – dat de partners dicht bij een oplossing waren. Maar het mislukte telkens. Waarom? Dat de vakbonden zijn gestructureerd volgens het onderscheid arbeiders-bedienden, hielp alvast niet. Maar het kernpunt was vooral dat men het verleden voortdurend liet primeren op de toekomst. 

 

De aanpak

Hoe hebben we het aangepakt? Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank, deed een voorbereidende informatieronde. Wij brachten alle scenario’s in kaart en berekenden de alternatieven. Ik informeerde me bij alle betrokken ministers en vicepremiers. We wisten precies tot waar we konden gaan. Intussen kreeg ik een stroom van lobbyende mensen over de vloer die voor hun sector uitzonderingen kwamen vragen.

Medio 2013 stonden we nog nergens. Het Grondwettelijk Hof had 8 juli 2013 als einddatum gesteld. Zonder akkoord kon op 9 juli iedere arbeider naar de arbeidsrechtbank stappen om een hogere opzegvergoeding te eisen. De werkgevers waren bang voor de complete chaos. De rechtbanken beefden, want zij moesten dan duizenden kastanjes uit het vuur halen. De advocaten smulden al.

Items
Afbeelding
Monica De Coninck
Type
As List
Tekst

4 juli. Na een conferentie in Berlijn was ik die ochtend om 7 uur geland. We zetten werkgevers- en vakbondsonderhandelaars – op één na allen mannen – in twee aparte lokalen, ver van elkaar. De drie vrouwen, Eva Van Hoorde (kabinetschef), Yasmine Kherbache (expert sociaal overleg bij de premier) en ik, pendelden, samen met Pierre-Alain De Smedt (toenmalig VBO-voorzitter) tussen hen over en weer.

Eerst punt één. Is dat aanvaardbaar? Dan naar de andere groep. We moesten telkens een heel verhaal aanhoren. Dan punt twee. Enzovoort. Tot de laatste vraag: als de regering dit geheel voorstelt, kunnen jullie daar dan mee leven? Allen stemden toe, maar wilden het voorstel nog voorleggen aan de achterban. Dan doken plots nog een reeks extra eisen op: uitzonderingen voor de bouwsector bijvoorbeeld. Na een dag, een nacht en nog een ochtend, waren we op de middag klaar.

Premier Elio Di Rupo hield meteen een persconferentie. De journalisten reageerden onverwacht heel positief. Naarmate de persconferentie vorderde, raakten de onderhandelaars er almaar meer van overtuigd dat ze iets groots verwezenlijkt hadden. Ze gingen fier naar huis.
 

0