Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten in onze economische geschiedenis. Michel Alloo, voormalig Head of Taxes bij Umicore (2000-2012), en Jean Baeten, Executive Manager Fiscaliteit & Investeringen bij het VBO zoomen in op de notionele interesten.

Tekst

Erkenning van de kosten van kapitaal en democratisering van de coördinatiecentra

Of ze nu beschouwd werden als erkenning van de kosten van kapitaal, dan wel als een vervanging van de coördinatiecentra: de notionele interesten hebben nooit iemand onberoerd gelaten. 

Het verhaal van de notionele interesten voert ons terug naar 2003. De hervorming van de vennootschapsbelasting een jaar eerder had heel wat ondernemingen op hun honger gelaten. Het nieuwe tarief kon en moest in hun ogen lager. Michel Alloo, het toenmalige Head of Taxes bij Umicore, beschrijft het als volgt: “De regering had nagelaten de vennootschapsbelasting (VenB) significant te verlagen. Dat stond in schril contrast met andere Europese landen die wél een verlaging van het faciaal tarief aandurfden.”

Het zou een paar maanden én een brief van de Europese Commissie kosten alvorens er echt schot in de zaak kwam. In die brief verweet Europa ons land dat de bestaande coördinatiecentra het communautair belastingrecht discrimineerden. Michel Alloo: “Het concept van de coördinatiecentra moest snel worden omgegooid, maar we zaten vast aan het nieuwe VenB-tarief.”

De coördinatiecentra (niet het minst die van Belgische groepen) zaten op een berg eigen kapitaal. Dat bracht de fiscale denkgroep van het VBO op het idee om aan dat eigen vermogen een vergoeding te koppelen, vrijgesteld van vennootschapsbelasting. 

Quote

Het moest snel gaan. Op 31 december 2005 viel immers definitief het doek over het stelsel van de coördinatiecentra.

Auteur
MICHEL ALLOO, VOORMALIG HEAD OF TAXES BIJ UMICORE
Items
Afbeelding
iemand die een document met een stempel 'approved' goedkeurt
Beschrijving
©shutterstock
Type
As List
Tekst

Het regeerakkoord als springplank

Het VBO moest enkel nog een opening creëren om de maatregel te introduceren. Jean Baeten: “Dat gaatje vonden we in het regeerakkoord, waarin de regering beloofde de zelffinanciering van kmo’s te stimuleren. Een zinnetje omtrent het komaf maken met fiscale discriminatie diende als hefboom om het ballonnetje van de notionele interesten op te laten.”

Als antwoord op de bedenkingen van de Europese Commissie met betrekking tot de coördinatiecentra, moest het wetboek van de vennootschapsbelasting worden omgevormd en uitgebreid naar alle vennootschappen, uit alle sectoren. Michel Alloo: “Het kwam eigenlijk neer op de democratisering van de coördinatiecentra.”

Een doorbraak kwam er tijdens een seminar van het VBO in juni 2004. In die week besluit Roland Rosoux, fiscaal expert van het ministerie van Financiën, om het idee van de notionele interesten openbaar te maken. Het brengt het dossier in een stroomversnelling. Er volgt een eerste wet op de notionele interesten, die in april 2005 in tweede lezing wordt goedgekeurd door de regering en vervolgens met spoed wordt overgemaakt aan het parlement. Michel Alloo: “Het moest vooruitgaan. Op 31 december van dat jaar zou immers definitief het doek vallen over het stelsel van de coördinatiecentra. En ik kan u verzekeren dat heel wat ondernemingen klaarstonden om hun centrale financieringscentra naar het buitenland te verhuizen.”

Quote

De ambitie om de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen uit te balanceren, wierp haar vruchten af.

Auteur
JEAN BAETEN, EXECUTIVE MANAGER FISCALITEIT & INVESTERINGEN BIJ HET VBO
Tekst

Een betere crisisaanpak

Michel Alloo: “De PS steunde het systeem van bij het begin en had vóór de wet gestemd. Maar na de verkiezingen van 2007 groeide het verzet bij de partijen. Door de renteverlaging en de herhaaldelijke aanvallen vanuit politieke hoek kregen de notionele interesten het vanaf 2011 zwaar te verduren. Het gevoel groeide dat de rechtszekerheid op losse schroeven kwam te staan.”

Jean Baeten: “De financieel-economische crisis van 2008 maakt het heikel om de maatregel naar behoren te beoordelen. Hij heeft er niettemin voor gezorgd dat vennootschappen hun eigen vermogen hebben kunnen uitbouwen. Dat ze de crisis al bij al goed doorkwamen, heeft alles te maken met hun betere financiële structuur. De ambitie om de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen uit te balanceren, heeft zijn vruchten afgeworpen.”

0