Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten op onze economische evolutie. De secretaris van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zoomt in op de wet van 1996 over het concurrentievermogen.

Tekst

“Coördinatie in de loonvorming is onmisbaar”

De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen stemt de evolutie van de loonkosten in België af op de verwachte evolutie bij onze belangrijkste handelspartners (Duitsland, Nederland, Frankrijk). De loonnorm bepaalt de marge voor verhoging van de loonkosten.

De jaren 70 waren een sleutelmoment voor onze economie. Het naoorlogse België was een van de eerste landen die opnieuw een productiviteitsniveau haalde dat vergelijkbaar was met dat van de Verenigde Staten. Maar de olie- en technologiecrisissen die (vooral) de zware industrie troffen, deden de productiviteitsgroei vertragen. 
    
In die tijd was het sociale systeem gebaseerd op een verdeling van de productiviteitswinsten tussen de sociaaleconomische actoren. Door de productiviteitsdaling was er echter minder te verdelen. Dat maakte het voor werkgevers en vakbonden onmogelijk om overeen te komen.

 

Het trauma van een hele generatie

De devaluatie van de Belgische frank en de indexsprong van 1981 deden de onderhandelingen volledig vastlopen. Het sociale systeem viel stil. De vakbonden vonden dat de werknemers moesten opdraaien voor de maatregelen. Er was geen geld meer voor de sociale zekerheid. De belastingen liepen op. Een hele generatie vakbondsmensen, werkgevers en politici raakte getraumatiseerd. Vanaf 1983 begint men eindelijk over oplossingen na te denken. In 1989 wordt een nieuwe wet gestemd, een voorloper op de wet van 1996. Om nooit meer in dezelfde situatie te verzeilen, voorziet de wet dat de regering mag ingrijpen in geval van ontsporing van de concurrentiekracht.

1991. De regering kan niet voorkomen dat de lonen ontsporen. Door de Golfoorlog schieten de olieprijzen de hoogte in en komt de Belgische frank (gelinkt aan de Duitse mark) onder druk te staan. Premier Jean-Luc Dehaene probeert een sociaal pact te sluiten. Tevergeefs. Vervolgens lanceert hij het Globaal Plan met verschillende begrotingsmaatregelen: loonstop, gezondheidsindex …

Vanaf 1993 worden sociale partners aangesteld om een oplossing te vinden voor het sociaaloverlegsysteem. De wet van 1989 had aangetoond dat tussenkomst van de regering in de loonvorming niet gezond was. Het sociaal overleg moest opnieuw zijn eigen baas worden en een preventief mechanisme invoeren om ontsporing te voorkomen. Dat zou de wet van 1996 worden.

Items
Afbeelding
Bankbiljetten
Beschrijving
© Markus Spiske, Unsplash
Type
As List
Quote

De wet van 1996 veranderde de manier van onderhandelen in België

Auteur
LUC DENAYER, SECRETARIS VAN DE CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Tekst

Gebrek aan consensus

Tot 2006 werkte die wet prima. Tot dan lag de loonevolutie in lijn met die van onze buurlanden. Met de volgende nuance: De wet stelde dat iedereen mocht kiezen hoe ze die daling van de bijdragen zouden benutten. De interprofessionele spelers kozen ervoor om de lonen te verhogen in plaats van de werkgelegenheid of de concurrentiekracht een boost te geven. De wet had tien jaar lang goed gewerkt omdat we geen economische schokken kregen. Toen die schok er dan toch kwam, geraakten de interprofessionele actoren er niet uit, met alle negatieve gevolgen van dien. De politiek concludeerde dat men op interprofessioneel niveau niet in staat was om het systeem van collectieve onderhandelingen eigenhandig te regelen.

2007. De regering is opnieuw meer en meer betrokken bij het vastleggen van de loonnorm. Ze blokkeert de lonen in drie interprofessionele akkoorden en organiseert een indexsprong. In 2017 wordt de wet geamendeerd. Met die amendementen wil de overheid het interprofessioneel overleg inperken en de looncorrecties automatiseren. 

Vandaag gaat iedereen uit van dezelfde norm. Sinds 1996 staat de maximale beschikbare marge centraal in de onderhandelingen. De sectoren met de hoogste productiviteitswinsten en die met de sterkste vakbondsvertegenwoordiging voeren niet langer automatisch het hoogste woord. De wet van 1996 heeft de manier van onderhandelen in België sterk veranderd.

 

De toekomst van de wet

Zelfs onder een andere vorm is een coördinerend macro-economisch principe in de loonvorming onmisbaar, en nog veel meer in de Economische en Monetaire Unie.

Het probleem is dat de sociale partners nooit tot een echte consensus konden komen. De wet van 1996 is het resultaat van een historische gebeurtenis: de devaluatie. Dat was een traumatische ervaring voor alle partijen, die bijgevolg absoluut een herhaling wilden vermijden. Maar de wet was niet gestoeld op een sociale consensus inzake aankoopkracht, concurrentiekracht of werkgelegenheid.

0