Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten in onze economische geschiedenis. Ere-voorzitter van Electrabel, Jean-Pierre Hansen gaat terug in de tijd en vertelt over de evolutie van de energiesector ...

Tekst

De voorbije veertig jaar onderging de energiesector meer dan één dynamische evolutie: vanuit een planningslogica over marktdenken naar liberalisering. En intussen drong de energietransitie zich steeds meer op. Jean-Pierre Hansen maakte het allemaal mee.

Om de evolutie van pakweg de laatste 25 jaar te duiden, moeten we terug naar de eerste oliecrisis. In 1973 gingen de olieprijzen plots maal vier. In 1981 verdriedubbelden ze nog eens. De prijs van een vat ruwe aardolie steeg van 3 naar 12 dollar, om vervolgens, in minder dan 10 jaar tijd, 35 dollar te kosten. Dat was ongezien. 

De stijging van de energieprijzen zorgde voor een wissel in het aloude economische paradigma. Sinds de jaren 1930 had het ‘keynesianisme’ altijd de overhand gehad. Vanaf 1975 bleek stilaan dat de grenzen van het model waren bereikt. Het begrotingstekort bleef toenemen, de inflatie steeg onstuitbaar, de heropleving bleef uit. Het leidde tot de beslissing om het aan de markt over te laten. 

Tussen 1930 en 1980 waren alle systemen binnen de elektriciteitssector gereguleerde monopolies. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog telde België een dertigtal elektriciteitsproducenten. Omdat de kleintjes niet concurrentieel genoeg waren, volgden er een aantal fusies. Uit die fusiegolf groeide één grote leverancier: Electrabel.

Items
Afbeelding
Gloeilamp op groen gras
Beschrijving
©Ashes Sitoula, Unsplash
Type
As List
Tekst

Concurrentie op elk niveau

Tussen 1975 en 1980 volgde een ingrijpende kentering. Sinds haar oprichting zag de Europese Unie concurrentie als de meest doeltreffende economische drijfkracht. Voor een aantal, zeg maar, 'uitgesloten' sectoren en 'netwerkindustrieën', verkoos ze echter regulering boven competitie. Uiteindelijk komt Europa daarop terug en besluit ook die netwerksectoren te liberaliseren en de concurrentie vrij spel te geven. 

Wellicht omdat de reguleringsmechanismen uitgeput bleken, werd ook in de elektriciteitssector de concurrentie ingevoerd. Maar wat voor concurrentie? ‘Door’ de markt of ‘voor’ de markt? Bij concurrentie door de markt is het aanbod voldoende verscheiden opdat de consument op elk moment kan beslissen van formule te veranderen. Concurrentie voor de markt daarentegen berust op het principe van openbare aanbestedingen. Men had voor elektriciteit de kaart van de tweede methode moeten trekken, omdat het nu eenmaal een onvoldoende gedifferentieerd product is.

Door de opmars van hernieuwbare energiebronnen stuitte die marktbeweging plots op een groene golf ... En wat volgde had eigenlijk niemand echt zien aankomen, met name een samengaan van drie relatief losstaande factoren: een pover geconcipieerde subsidiëring van hernieuwbare energie, een terugval van de energievraag (2005-2008) en de ontdekking van schaliegas en -olie in de VS. 

Items
Afbeelding
Zonnepanelen
Beschrijving
©Michael Wilson, Unsplash
Type
As List
Quote

Wordt de consument van morgen een prosument (producent-consument) van elektriciteit?

Auteur
JEAN-PIERRE HANSEN, ERE-VOORZITTER ELECTRABEL
Tekst

Transitie en onzekerheden

Momenteel zitten we volop in de 'energietransitie'. Er zijn vandaag heel wat elementen in het spel, die heel complexe vragen oproepen

Allereerst is er de decentralisatie. Door de technologische vooruitgang zijn kleinere productie-eenheden niet langer automatisch minder doeltreffend, denk aan zonnepanelen. Zou het echter zover komen dat het distributienet niet langer gemeengoed is? In dat scenario bestaat het risico dat alleen wie niet de middelen heeft om zelfvoorzienend te zijn, aangesloten blijft op het net, met alle gevolgen van dien.

Dan is er de decarbonisatie, ofte het credo van 'nul CO2-uitstoot'. Uiteraard moet er maximaal ingezet worden op hernieuwbare energie, maar niet onbezonnen. Het winnen van wind- en zonne-energie kost nu eenmaal ook geld. En wat met kernenergie? Die stoot geen CO2 uit, maar vooral in West-Europa, in tegenstelling tot in andere delen van de wereld, staat men eerder afkerig tegenover die optie. 

Tot slot is er de digitalisering. Wordt de consument van morgen een 'actieve verbruiker'? Een prosument (producent-consument) van elektriciteit? Elektriciteit is geen aantrekkelijk goed, in tegenstelling tot bijvoorbeeld internettarieven of vliegtickets. Zal het gros van de bevolking er echt tijd in willen stoppen? 

De energietransitie moet rekening houden met die drie fenomenen. Momenteel gaan ze stuk voor stuk gebukt onder onzekerheid.

0