Het VBO vroeg 25 sleutelfiguren uit ondernemend en politiek België naar de impact van 25 scharniermomenten op onze economische evolutie. Frank Vandenbroucke zoomt in op het activeringsbeleid.

Tekst

Hoe de welvaartsstaat activerend werd

De activering van werklozen liep in Vlaanderen, Wallonië, Brussel en België járen achter op Europa, schetst Frank Vandenbroucke. Nagenoeg overal startte het activeringsbeleid al rond 1990. In België pas in 2004.

Tot 2004 bleven België en zijn gewesten in de ban van de paradigma’s van de decentralisering. Arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding waren voor de deelstaten, de federale overheid stond in voor de controle. 

In Vlaanderen wilde de VDAB even goed scoren als de privésector. De arbeidsbemiddelingsdienst was als de dood voor het verwijt ongemotiveerde kandidaten te leveren. Vooral daarom liet ze niet-gemotiveerde werkzoekenden met rust. In Wallonië lag de focus op het tekort aan jobs. Het argument: activering heeft geen zin zolang er geen banen bijkomen. De federale RVA had geen voeling met de arbeidsbemiddelaars noch met het zoekgedrag van de werklozen. 

Tekst

De ommekeer

De omslag kwam in 2004 door toedoen van drie stimulansen. De eerste betrof de Europese richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid. Ze bepaalden dat jongeren na zes maanden werkloosheid een aanbod (een job, een opleiding, …) moeten krijgen, alle anderen na twaalf maanden. De tweede impuls kwam door de politieke switch. De welvaartsstaat was maar te handhaven als meer mensen zouden werken. De derde push voor de ommekeer vormde de federale werkloosheidsverzekering. Die dreigde haar legitimiteit te verliezen als de verschillen in activering en sanctionering tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel nog verder zouden toenemen.

In 2003 organiseerden we met de gewesten en de sociale partners een werkgelegenheidsconferentie. Ze leverde een doorleefd akkoord op met de gewesten en de sociale partners. Het ABVV haakte op het nippertje af en ging campagne voeren in Wallonië: ik zou razzia’s gaan houden tegen werklozen. Dat discours verdween snel. Wat was afgesproken inzake begeleiding en sancties, was immers heel genuanceerd en werd ingevoerd met trapjes.
 

Items
Afbeelding
Papier verscheurd : een stuk met 'un' en een stuk met 'employed'
Type
As List
Quote

Een grote verandering was de brief die meldde dat een werkloze werk moest zoeken. Dat was nog nooit gebeurd.

Auteur
FRANK VANDENBROUCKE, VOORMALIG FEDERAAL MINISTER VAN WERK EN PENSIOENEN EN VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS EN WERK
Tekst

Breuk in cijfers

Het gevolg was een spectaculaire breuk in de cijfers van Wallonië en Brussel qua activering en sanctionering. Een grote verandering ging al uit van de brief die men ontving zodra men werkloos werd. Daarin stond dat van een werkloze verwacht werd dat hij werk zocht. En ook Vlaanderen ging vooruit met ’de sluitende aanpak’ voor werklozen.

Een jaar later werd ik minister van Onderwijs én Werk. Er ontstonden dwarsverbindingen tussen beide domeinen en met de VDAB en zijn topman Fons Leroy kwam de geïndividualiseerde maatwerkbegeleiding voor werklozen tot stand. Er bleef echter een zwak punt: de opvolging van geactiveerde werklozen door de RVA. De gewestdiensten stuurden veel meer meldingen naar de federale RVA, maar die had nog altijd enkel bureaucratische instrumenten. Geleidelijk groeide het inzicht dat de gewesten de opvolging op zich moesten nemen. 

Een nieuw probleem is de vaststelling dat een derde van de mensen zonder werk, niet langer leven van een RVA-uitkering maar van een OCMW-leefloon. Lange tijd was dat maar een paar procenten. Ook gemeenten en OCMW’s moeten leefloners goed activeren. De gewesten moeten hen daarin begeleiden.
 

Items
Afbeelding
Frank Vandenbroucke praat
Type
As List
Tekst

Niet spontaan

Moet er nog sociaal overleg zijn? Ik zeg ja. Een regering moet weten wat ze wil: ze moet leidinggeven. Maar tegelijk moet ze overleg plegen en oprecht luisteren naar de sociale partners. In de werkgelegenheidsconferentie van 2003 overlegden we heel lang met de partners – ook met het VBO – en met de gewesten zodat we met alle visies rekening konden houden. De gewesten en de partners stemden in. Het ABVV haakte uiteindelijk nog af, maar ze bleven wel tot het laatste aan tafel zodat we hun inbreng konden verrekenen.

Velen vragen of de werkgevers en het VBO de activering steunden. Je moet beseffen dat een werkgever niet van nature staat te springen om te investeren in mensen die het moeilijker hebben. Dat botst met de winstmaximalisatie op korte termijn. Maar dat verandert zodra men op lange termijn begint te redeneren. En dat gebeurde: de schaarste aan arbeidskrachten dwingt daartoe. Dat tijdperk is aangebroken.
 

0