De geschiedenis van het VBO en de sociaal-economische evolutie van ons land zijn nauw met elkaar verbonden. Ingrijpende en acute omwentelingen in de klassieke economie, zowel in België en erbuiten, stimuleerden het VBO zich voortdurend heruit te vinden. Het algemeen belang van het Belgische bedrijfsleven is en blijft prioriteit nummer één. Het VBO is de drijvende kracht achter de Groep van 10, waar het zijn verantwoordelijkheid ten volle opneemt.

Items
Video Embed
Type
As List
Tekst

Even terug naar de periode 1800. De Belgische industrie floreert. Het gaat hard, tot er in de jaren 1870 tot 1880 door overproductie een zware economische crisis uitbreekt. Ze blijft bijna 20 jaar woeden. Sociale drama’s volgen elkaar op. Wanhopig verzet wordt neergeslagen met bloederige repressie. Die context vormt de voedingsbodem voor de eerste sociaaloverlegorganen en voor nieuwe arbeidswetten - inbegrepen de oprichting van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid. De arbeiders verenigingen zich en hun organisaties winnen aan slagkracht. In 1885 wordt de Belgische Werkliedenpartij (BWP) boven de doopvont gehouden. Ook bij de werkgevers ontstaat de behoefte om een verbond op te richten dat als hun spreekbuis fungeert. Het moet ook tegenwicht bieden aan het ‘tomeloze en buitensporige interventionisme’ van de staat op arbeidsrechtelijk vlak. 

De eerste sociale wetten

Zo komt het dat op 13 februari 1895 de koepelorganisatie van het Belgische industriële patronaat het levenslicht ziet: het Comité Central du Travail Industriel (CCTI). 183 bedrijven uit de zware nijverheid – denk aan de kolenwinning, de staalnijverheid en de glasindustrie – sluiten zich aan. Ze tellen meer dan 160.000 loontrekkenden. In 1913 breidt het CCTI uit. Het Centraal Nijverheidscomité (CNC) overkoepelt 301 ondernemingen en vertegenwoordigt nu ook de bouwsector en de textielnijverheid. 

Vanaf eind 1918 dringt een reorganisatie zich op. Het CNC verenigt voortaan sectorale ‘verenigingen’ of ‘federaties. Tegen 1927 vertegenwoordigt het CNC met 125 leden ‘nagenoeg het volledige groot- en middenbedrijf van het land’, goed voor 3.000 ondernemingen. 

Items
Afbeelding
In de jaren 1930 werkt het CNC samen met de Nationale Federatie van Kamers van Koophandel en Industrie om de mogelijkheden van de nationale markt maximaal te benutten.
Beschrijving
In de jaren 1930 werkt het CNC samen met de Nationale Federatie van Kamers van Koophandel en Industrie om de mogelijkheden van de nationale markt maximaal te benutten
Type
As List
Positioning
Left 50%
Tekst

Het interbellum introduceert het model van de eerste paritaire comités. Het zijn overlegorganen waarbinnen vertegenwoordigers van zowel de werknemers als de werkgevers het eens trachten te worden over een bepaald eisenpakket. Tussen 1919 en 1922 worden er 17 van die paritaire comités opgericht.

En dan wordt het oktober 1929. De beurs van Wall Street crasht. Europa voelt de gevolgen pas tegen het einde van 1930. En die zijn zwaar. Het Belgische sociaal-economische bestel gaat helemaal onderuit. Langs alle kanten breken stakingen uit. De crisis mondt in 1936 uit in de goedkeuring van twee belangrijke sociale wetten: de wet op het betaald verlof en die op de 40 urenweek in ongezonde en gevaarlijke ondernemingen.

Items
Afbeelding
De economische moeilijkheden in het begin van de jaren 1930 joegen de werkloosheid de hoogte in.  Rerum Novarum-viering van ACW-Gent in 1934.
Beschrijving
De economische moeilijkheden in het begin van de jaren 1930 joegen de werkloosheid de hoogte in. Rerum Novarum-viering van ACW-Gent in 1934
Afbeelding
In 1936 wordt de wet op het betaald verlof goedgekeurd.
Beschrijving
In 1936 wordt de wet op het betaald verlof goedgekeurd
Type
As List
Tekst

De verankering van het ’syndicaal feit’

De Tweede Wereldoorlog zorgt voor een kentering in de relatie tussen werkgevers en werknemers. 

Die leidt tot de ondertekening van een solidariteitsakkoord, spontaan afgesloten tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers. Beide partijen zijn het er principieel over eens dat de goede werking van de bedrijven, gekoppeld aan een herverdelende, meer solidaire samenleving, de beste waarborg voor welvaart is. Vanaf 1944 wordt het ‘syndicaal feit’ in zekere mate officieel. Het zogeheten sociaal pact is geboren.

In 1946 houdt het CNC op te bestaan en wordt het Verbond der Belgische Nijverheid (VBN) opgericht. In volle naoorlogse economische relance wil het VBN de eenheid tussen werkgevers versterken en uitgroeien tot “de enige organisatie die als taak heeft de algemene professionele belangen van de industrie te vertegenwoordigen”. Niet lang daarna worden de arbeidsrelaties geformaliseerd met de oprichting van raadplegingsorganen waar werkgevers en vakbonden paritair zetelen: de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven in 1948 en de Nationale Arbeidsraad in 1952.

Tegen 1954 overkoepelt het VBN 54 sectorfederaties uit de industrie. Door uitbreiding van het takenpakket barst de zetel van het VBN in de Ducalestraat stilaan uit zijn voegen en besluit men om te verhuizen naar de Ravensteinstraat 4.

Items
Afbeelding
Z.M. Koning Boudewijn huldigt het gebouw van het VBO in in het bijzijn van baron De Staercke, Leon Jacques (vicevoorzitter), Paul Van Lint (directeur-generaal), Louis Major en Auguste Cools (secretaris-generaal van het ABVV en voorzitter van het ACV) en Georges Closon (lid van het directiecomité van het VBO)
Beschrijving
Z.M. Koning Boudewijn huldigt in 1958 het gebouw van het VBO in in het bijzijn van baron De Staercke, Leon Jacques, Paul Van Lint, Louis Major, Auguste Cools en Georges Closon
Type
As List
Tekst

Na de oprichting van de Benelux (1944) en van de Europese Economische Gemeenschap (EEG - 1957) zet het VBN in op bevordering van de dialoog met werkgeversfederaties van andere landen. De organisatie staat mee aan de wieg van UNICE, de Vereniging van de Europese Confederaties van Industrieën en Werkgevers, zeg maar de voorloper van het huidige BusinessEurope. 

In mei 1960 ondertekent men een overeenkomst voor een sociale programmatie. In het zog daarvan worden de eerste interprofessionele akkoorden (IPA’s) onderhandeld door de vertegenwoordigers van de sociale partners. Enkele jaren later, in 1968, stelt een nieuwe wet een juridisch kader in voor de organisatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten en paritaire comités.

Tekst

Waar blijft het VBO in dit verhaal?

We zijn er bijna. In 1973 smelten het VBN en het VBNIO (Verbond van de Belgische Niet-Industriële Ondernemingen) samen tot het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zoals we dat vandaag kennen. Voor de nieuwe organisatie gaat het er in de eerste plaats om “de vrijheid, het recht en de plicht om te ondernemen te bevestigen, die de voornaamste roeping van de ondernemer zijn”. 

De olieprijsschok en de economische crisis van 1973 brengen het sociaal overleg in het slop: tussen 1976 en 1986 wordt er geen enkel IPA afgesloten.

Als in de jaren tachtig de eerste staatshervormingen tot het ontstaan van het Waals en het Vlaams Gewest leiden, kan de organisatie niet anders dan zich aanpassen. Ze manifesteert zich vooral in federale en internationale dossiers, steeds ten dienste van de bedrijven in de drie gewesten van ons land.

Op 1 mei 1985 wordt een donkere bladzijde geschreven in de geschiedenis van het VBO. Rond middernacht wordt het VBO-gebouw getroffen door een bomaanslag, opgeëist door de Cellules Communistes Combattantes (CCC). Twee brandweermannen komen om, de ravage is enorm. 

Items
Afbeelding
Voor het gebouw van het VBO ontploft in de nacht van 1 mei 1985 een bomauto
Beschrijving
Voor het gebouw van het VBO ontploft in de nacht van 1 mei 1985 een bomauto
Type
As List
Tekst

In 1986 knopen werkgevers en vakbonden weer aan met de sociale dialoog. Die krijgt met de oprichting van de Groep van 10 – 11 als we de voorzitter van het VBO erbij rekenen – een nieuw elan en verenigt de kopstukken van de vakbonds- en werkgeversorganisaties. De naam mag dan vooral onlosmakelijk verbonden zijn met de tweejaarlijkse interprofessionele akkoorden, de Groep heeft ook andere verwezenlijkingen op zijn conto. Zo wordt in 2002 een protocol afgesloten met afspraken en engagementen bij sociale conflicten.  Dat herenakkoord, dat in 2012 een update kreeg, stelt dat bij collectieve geschillen het sociale overleg en de dialoog voorrang moeten krijgen.

Items
Afbeelding
IPA-voorakkoord gesloten in de nacht van 11 op 12 september 1986
Beschrijving
IPA-voorakkoord gesloten in de nacht van 11 op 12 september 1986
Type
As List
Tekst

Het VBO heeft de bedrijven altijd ondersteund door onophoudelijk te ijveren voor een gunstig ondernemersklimaat. Het speelt hun bezorgdheden en eisen door aan de bevoegde overheden en, in ruimere zin, aan alle sociaal-economische spelers. Maar het staat ondernemingen ook bij in grote veranderingen of omwentelingen, zoals de invoering van de euro in 1999, de nasleep van de bankencrisis van 2008, of recent de Brexit

Om de belangen van de bedrijven optimaal te behartigen, volgt het VBO alles wat hun werkcontext zou kunnen beïnvloeden op de voet. De voorbije 25 jaar volgden de dossiers elkaar in sneltempo op. Om er maar een paar te noemen: de wet van 1996 tot vrijwaring van het concurrentievermogen, ze stelt een loonnorm vast en bepaalt het onderhandelingskader; het Generatiepact (2005), dat maatregelen voorstelt voor oudere werknemers; de administratieve vereenvoudiging (aangevat in 2003), een werk van lange adem waardoor ondernemings- en btw-nummer nu identiek zijn en alle nieuwe regelgeving eerst aan een impactanalyse moet worden onderworpen; of het akkoord omtrent het eengemaakte statuut voor arbeiders en bedienden (2013).

Daarbovenop manifesteerden zich de voorbije decennia twee ingrijpende transformaties. De pensioenhervorming (aangevat in 2015), die voorziet om de pensioenleeftijd op te trekken naar 66 jaar (in 2025) en 67 jaar (in 2030), en de hervorming van de vennootschapsbelasting (aan de gang sinds 2002), die ervoor heeft gezorgd dat het VenB-tarief in 2018 al van 33,99% naar 29% werd teruggebracht, en in 2020 nog eens wordt verlaagd naar 25%. Voor het VBO een historische hervorming, zowel qua inhoud als qua reikwijdte. Tot slot droeg het VBO zijn steentje bij om de rechtszekerheid in de werking van bedrijven te verhogen. De wildgroei van zogeheten ’reparatiewetten’, hun toenemende complexiteit en de opkomst van digitale technologieën noopten tot de hervorming en modernisering van het vennootschaps- en verenigingsrecht.

Als we terugkijken over een langere periode, stellen we vast dat het VBO zijn oorspronkelijke rol van sociale partner aanzienlijk heeft weten te verbreden naar een veel ruimere maatschappelijke invulling. Vandaag laat het zijn stem dan ook duidelijk gelden in transversale, maatschappelijke, Europese en zelfs internationale dossiers. Getuige daarvan de recente globale en interfederale visies inzake energie en mobiliteit (2016 en 2017). Op het internationale toneel, waar de goederen- en dienstenhandel intensiever is dan ooit, staat het VBO ondernemingen bij die zakenrelaties willen aanknopen of versterken, in het bijzonder tijdens staatsbezoeken en economische missies.

In 2020, 125 jaar na zijn oprichting, vertegenwoordigt het VBO – via een veertigtal leden-sectorfederaties – meer dan 50.000 kleine, middelgrote en grote ondernemingen. Samen zijn ze goed voor 75% van de private werkgelegenheid, 80% van de export en twee derde van de toegevoegde waarde die België creëert.

0